
Welkom bij de tentoonstelling over Elliott Erwitt, georganiseerd door Tempora in samenwerking met Magnum Photos. Eerst ontdek je zijn persoonlijke werk in zwart-wit. Daarna maak je kennis met zijn kleurenfoto’s en opdrachtwerk. Elliott Erwitt wil weinig kwijt over zijn foto’s of de betekenis van zijn oeuvre. Maar je zult hem toch aan het woord horen.
E.E.: ‘Over het algemeen denk ik niet zo veel na. Als ik het over mijn foto’s heb, moet ik beginnen peinzen. Ik ben eerlijk, maar ik weet niet echt wat van mij komt, wat ik van iemand anders heb gehoord, of gewoon waar de woorden vandaan komen.’
Deze stem is niet van Elliott Erwitt, maar van een acteur. Je zult ze vaak horen en ze is een exacte weergave van wat Elliott Erwitt heeft gezegd of geschreven. Je zult het alleen met zijn blik moeten doen, en die van jou. Ik zal je informatie geven over de omstandigheden waarin hij overal ter wereld zijn foto’s nam. We hopen dat je geniet van deze verrassende kijk door de lens van Elliott Erwitt.

Deze foto is symbool komen te staan voor heel het oeuvre van Elliott Erwitt. Twee verliefde gezichten komen dominant in beeld, scherp afgelijnd tegen de onscherpe schoonheid van een ondergaande zon boven de Stille Oceaan. De foto roept talloze referenties op uit de kunst- en fotografiegeschiedenis. Sindsdien is ze zelf een referentie geworden.
E.E.: ‘Ze is niet in scène gezet. Ik ken deze mensen. Ze waren aan het zoenen in hun auto. Ik stond naast ze.’
Het is een momentopname.
De foto wordt in 1955 genomen op een Californisch strand voor het magazine Life; ze verschijnt in een themanummer over de liefde. Met een reeks foto’s wordt een romantisch fresco geschilderd van de stadia in een liefdesleven, van het prille begin tot een huwelijksverjaardag tientallen jaren later. Op dat ogenblik trekt de foto weinig aandacht, van de fotograaf niet en ook niet van uitgevers of lezers. In 1988, als hij zijn foto’s grondig gaat ordenen, ontdekt Elliott Erwitt ze opnieuw. Na tientallen jaren van vergetelheid in de archieven van Life en de laden van de fotograaf wordt het de ideale foto, misschien wel zijn allerbekendste. De manier waarop we naar foto’s kijken kan veranderen, maar de ideale foto blijft bestaan.

Sinds de jaren 1960 interesseert Elliott Erwitt zich voor het nudisme. Hij maakt verschillende reportages over nudistenkolonies in de Verenigde Staten en Europa.
E.E.: ‘Voor fotografen zijn nudisten gesneden koek.’
Hij maakt zich vrolijk over hun naakte levensstijl, het feit dat ze soms noodzakelijke toebehoren als schoenen moeten dragen, en vooral over hoe ze omgaan met mensen die kleren dragen. Deze foto dateert van die vroege avonturen. We zien een vredig stel op een bankje, de dame breit en de heer drinkt thee. In 1983 maakt hij een over het onderwerp de persoonlijke documentaire Good Nudes, waaruit de andere twee getoonde foto’s afkomstig zijn. De eerste neemt hij in Engeland …
E.E.: ‘Niets is grappiger dan Engelse nudisten.’
De scène speelt zich af op een bruiloft, waar de bruid, zoals het hoort, door haar vader wordt vergezeld.
De andere vindt plaats in de Verenigde Staten, tijdens een Mr and Mrs Nude-verkiezing in Californië.
E.E.: ‘Wat is er komischer dan een groepje doorsnee-Amerikanen dat naakt gaat. En als diezelfde Amerikaanse nudisten deelnemen aan een schoonheidswedstrijd, met een volledig geklede jury, dan heb je een situatie. Eén deelnemer tracht het verdict van de jury te beïnvloeden … Maar uiteindelijk verliest hij.’
Voor Erwitt komt het erop aan op het juiste moment de juiste invalshoek te vinden.

Kent, Engeland, 1984

Kent, Engeland, 1968

In het begin van zijn carrière fotografeert Elliott Erwitt mensen uit zijn omgeving, maar ook zijn buren, zijn tandarts en anderen legt hij op de gevoelige plaat vast. Alles is interessant. Robert Capa en George Rodger zien in hem een briljant communicator van het intieme en in 1954 komt hij bij Magnum als gezinsfotograaf. Je zou kunnen denken dat dit een foto is van een familiefeestje. In werkelijkheid komt ze tot stand in opdracht van een Amerikaanse levensverzekeringsmaatschappij. Wie een polis onderschrijft, krijgt van de maatschappij een gezinsportret door Elliott Erwitt aangeboden. Een geweldig en origineel commercieel idee, waardoor we vandaag nog over een onvervangbaar portret van een bepaald Amerika uit de jaren 1960 beschikken. Hier zien we hoe Elliott Erwitt commerciële opdrachten een persoonlijke toets meegeeft.

Elliott Erwitt reist diverse malen naar de USSR in opdracht van Amerikaanse en Europese tijdschriften. In 1967 krijgt hij de kans om naar Siberië te gaan. Hij fotografeert het dagelijks leven van de plaatselijke bevolking en geeft zo een nieuw beeld van de Sovjetmaatschappij. Hij bezoekt er een plek waar huwelijken worden afgesloten. Met deze foto stelt hij vragen bij het harmonische gehalte van huwelijksverbintenissen. Een verontrustend, onverwacht moment, blikken die elkaar kruisen: de toeschouwer gaat twijfelen. Een paar jaar later zegt Erwitt:
E.E.: ‘Deze foto geef ik aan al mijn vrienden die gaan trouwen of scheiden.’
Niet zonder zelfspot zegt hij dat al zijn huwelijken zeven jaar hebben geduurd.

In 1989 is Elliott Erwitt in Parijs, waar hij een van zijn beroemdste foto’s neemt. Een stel dat elkaar omhelst worstelt met de wind en ziet zomaar een individu komen aanvliegen. Hallo? Dat alles tegen de achtergrond van de beroemde en gevierde Eiffeltoren – als je van naderbij toekijkt, zie je zijn eerbiedwaardige leeftijd op het metaal geschreven staan, namelijk honderd jaar. De scène lijkt natuurlijk, uit het leven gegrepen en vanzelfsprekend. Maar bij nader inzien is dat helemaal niet zo. Want sinds wanneer maken voorbijgangers zo’n mooie luchtsprong, bij slecht weer en met een paraplu bij de hand? In werkelijkheid is het een zorgvuldig voorbereide en geconstrueerde foto: de weerspiegelingen vallen precies, de springende man is een professionele choreograaf, het verstrengelde, de wind trotserende paar is een tweetal acteurs. Rechts op de achtergrond staan nog andere figuren opgesteld, als tegenhangers voor de beelden op het Trocadéro. Maar en ander doet niets af aan de absolute magie van de foto.
E.E.: ‘De foto diende als illustratie – ik ben vergeten waarvoor – maar ze blijkt heel populair en is een tweede, derde en vierde leven gaan leiden, net als talrijke foto’s van mijn Magnum-collega’s die de rechten op hun werk hebben behouden. Doordat ze eigenaar van hun foto’s zijn, kunnen ze die aan steeds nieuwe klanten verkopen.’


Roy Stryker, directeur van het Standard Oil-project, geeft Elliott Erwitt in 1953 zijn allereerste opdrachten en hij wil altijd een verhaal. Maar dan al wijst Erwitt dat idee resoluut van de hand.
E.E.: ‘Zelfs nu weet ik niet precies wat een fotografisch verhaal is, een fotograaf vertelt geen verhaal. Dat is een redactioneel concept. Ik kan eropuit trekken en een paar goede foto’s nemen, maar het is aan de redacteur om er een verhaal rond te bouwen.’
Anderzijds heeft Elliott Erwitt een echte passie voor film, hij bedenkt en draait zelfs verschillende persoonlijke filmprojecten. Gemotiveerd door die dubbele passie ontwikkelt hij een bijzondere praktijk: sequenties of phototoons, een soort tussenvorm tussen foto’s en films. Marshall Brickman, filmscenarist voor onder anderen Woody Allen, schrijft: ‘Om een verhaal te vertellen hebben cineasten duizenden beelden nodig, 24 per seconde. Elliott heeft dat teruggebracht tot twee of hooguit drie. Frame nummer één: een stel op twee ligstoelen uit canvas. Frame nummer twee: het stel is vertrokken en de doeken bollen op. Het ontbrekende frame, het frame dat we ons zelf voorstellen: een foto van de wind die ze de stoelen en het frame uitblaast, misschien naar de pier, misschien naar de maan. Zoals bij alle goede grappen maken we de gedachte compleet door er het ontbrekende stukje aan toe te voegen en overeenkomstig te lachen. We zijn ons bewust van het idee en kunnen dat gedeelde moment herkennen.’ Marshall Brickman ziet Erwitt bij een van die sequenties in New York aan het werk en omschrijft hem als ‘een hoogstaand zakkenroller’. Neem even de tijd om de andere phototoons in de tentoonstelling te bekijken en de rest van het verhaal te verzinnen!

Hoewel hij in het stadsleven meer inspiratie vindt, kan Elliott Erwitt op stranden toch een stukje natuur fotograferen. Het landschap is voor hem een mensenplek. Als in het beeldkader een mens aanwezig is, zelfs onopvallend, lijkt het alsof de natuur wordt gesublimeerd.
E.E.: ‘Landschappen interesseren me niet, mensen wel. Ik houd van plastic bloemen … Ik heb een tijdje in Brazilië doorgebracht. Het is een geweldige plek voor foto’s. Heel kleurrijk, heel menselijk.’
Zijn gezichtspunt blijft dat van het strand. Hij kijkt toe, beschrijft en legt zorgvuldig vast hoe Braziliaanse vrouwen het water ingaan: ze naderen met stevige tred, wachten twee golven af om nat te worden en keren dan naar het strand terug. Hij documenteert ook hun overlevingspakket voor aan zee: poederdoos, kam met lange tanden, zonnebril, lippenstift die bij de bikini van de dag past, haarspelden en genoeg geld voor een kopje koffie. Een simpele, nauwkeurige en volledige observatie van wat er zich rond zijn lens afspeelt.

Bùzios, Brazilië, 1990

Elliott Erwitt groeit op in Italië en brengt op de stranden van het schiereiland tien jaar lang een maand vakantie door. Die ervaring uit zijn kindertijd krijgt een verlengstuk in zijn fotografische praktijk, waardoor het strand voor hem een natuurlijke plek is. In deze reeks, in de jaren 1950 gemaakt in Engeland, legt hij de speciale relatie vast tussen de mens en de zee, een heel andere manier om naar het strand te kijken:
E.E.: ‘Engelsen gaan alleen naar het strand om het zich toe te eigenen. Op hun paasbest gaan ze de strijd aan, bakenen hun territorium af, pakken hun sandwiches met witte bonen en tomatensaus of wat dan ook, en gaan uiteindelijk zitten. Ze beoefenen een sport die ze “pootjebaden” noemen: je rolt je broekspijpen een tiental centimeter op, zet je voeten in het water en staat doodstil, een met de natuur. Als je in Brighton verblijft, staar je bedachtzaam naar Frankrijk.’
In de tweede foto zien we een ander geliefd thema van Erwitt, namelijk kinderen. Deze kinderen gaan op de barrière tussen de stranden staan en bereiken zo de grenzen van hun vrijheid.

Valencia, Spanje, 1952

Elliott Erwitt is geboren in Parijs en opgegroeid in Italië. Maar alsof het lot ermee gemoeid is, vertrekt hij op 1 september 1939 – dag waarop in Europa de oorlog uitbreekt – naar New York. Hij verblijft een paar jaar in Californië alvorens zich in de jaren 1950 definitief in New York te vestigen.
E.E.: ‘Mijn eerste indruk van New York dateert van 1939, toen ik naar dit land emigreerde en in New York aan wal ging. De magische indruk van toen duurt nog altijd voort. Het is een schitterende plek, daar woon ik, daar … identificeer ik me mee. New York is het centrum van mijn leven, mijn activiteiten en mijn gezin.’
Hij neemt honderden foto’s van de stad en haar gebouwen. Hier toont Elliott Erwitt de zwart-witversie, gezien vanuit zijn flat, van de vier seizoenen in Central Park – een beeld dat we ons uit schoolboeken in kleur herinneren.

Erwitt gaat zich ook interesseren voor het leven van alle inwoners van New York en wordt een beroemd straatfotograaf. New York is dan de meest kosmopolitische stad ter wereld en de foto’s die hij er neemt, krijgen al snel een politieke lading, vooral ter ondersteuning van de zwarte gemeenschap. Deze mannen en vrouwen, hun silhouet nog geaccentueerd door het tegenlicht, staan rond een advertentie voor een bleekmiddel.

In 1957 reist Elliott Erwitt de fotojournalist naar de USSR voor het tijdschrift Holidays. Hij blijft er een maand om verslag uit te brengen over de bouw van satellieten, de Russische winterspelen en de atleten die eraan deelnemen, een collectieve boerderij en de veertigste verjaardag van de Oktoberrevolutie. Hij wordt dus uitgenodigd op het Rode Plein.
E.E.: ‘Ik had een pasje voor de parade, maar ik ging niet naar de aangewezen plek. In plaats daarvan ging ik samen met medewerkers van de Sovjettelevisie door vijf veiligheidscontroles. De parade was ongelofelijk precies, heel indrukwekkend.’
Discreet fotografeert hij de menigte en de militaire parade … maar ook de nieuwe Sovjetraketten.
E.E.: ‘Ik schoot snel drie of vier rolletjes en rende naar mijn hotelkamer een paar straten verderop, waar ik ze ontwikkelde in de badkamer. Onontwikkelde film is verdacht en ik wilde niet het risico lopen dat ze geröntgend zouden worden. Negatieven zijn makkelijker te verbergen.’
Het zijn de allereerste foto’s van deze wapens, die het Westen de stuipen op het lijf jagen en ingaan tegen de Amerikaanse strategie. Erwitt vertelt hoe hij, omdat hij het belang ervan meteen beseft, per telex het Magnum-kantoor in New York verwittigt dat ‘er iets heel bijzonders is …’ Daarna springt hij op het vliegtuig naar Kopenhagen om de foto’s het land uit te krijgen en te voorkomen dat ze in beslag worden genomen. Op 18 november worden ze gepubliceerd in de Verenigde Staten. Dankzij deze reportage treedt Erwitt toe tot het clubje verslaggevers over internationale en strategische politieke onderwerpen. Hij werkt geregeld voor Life, Newsweek, Holidays, Look, Fortune, The Saturday Evening Post en The New York Times.

In zijn oeuvre eert Erwitt Parijs, de stad waar hij is geboren en opgegroeid, en waar hij nog zijn tiende levensjaar doorbrengt. Hij keert er vaak terug om foto’s te nemen van mooie gebouwen en het privéleven van de inwoners. Zijn favoriete Parijse onderwerpen zijn passanten, paartjes, museumbezoekers, honden en kelners. Steeds weer steekt hij de draak met de Parijzenaars.
E.E.: ‘In Parijs ben ik geboren. Het is een prachtige stad. Het nadeel is dat er zoveel Fransen zijn. Maar het is er mooi en ik keer er altijd weer terug. Het is een bijzondere plek.’
In deze foto van een Parijs kruispunt zal Elliott Erwitt ongetwijfeld geamuseerd hebben toegekeken toen de vrouw met de paraplu overstak naast het zebrapad en de jongeman rechts klaarstond om haar voorbeeld te volgen.

Londen, Engeland, 1978

Londen, Engeland, 1978
Van Parijs naar Londen is voor Elliott Erwitt maar één stap.
E.E.: ‘Ik vind Londen een heel “pittoreske” stad. Vermoedelijk ben ik zelfs vaker naar Londen gegaan dan naar het centrum van New York toen ik daar woonde. En aangezien ik altijd mijn toestel bij me heb en Londen een bijzonder fotogenieke plek is, heb ik er veel foto’s genomen.’
Deze twee foto’s spreken hem niet tegen. Het is verbazingwekkend dat die bizarre auto bij het compacte groepje politieagenten niet meer verbazing opwekt. En we zijn getuige van de onwaarschijnlijke dialoog met een duiker, die met zijn handen de grootte lijkt aan te geven van de vis die in de Theems zijn pad kruiste.

Als je foto’s neemt in steden moet je je van de ene naar de andere begeven. In 1954 maakt Elliott Erwitt een grote rondreis door de Verenigde Staten en neemt een reeks foto’s zonder ooit uit zijn auto te stappen. Het resultaat is soms komisch. Hij neemt foto’s op het ritme van de reis. Op deze winterse weg in Wyoming ontstaat de indruk van een verwoede race, waarbij de trein op volle kracht vooruit dendert. Bij het afdrukken behoudt Erwitt de randen van de achterruit aan de boven- en onderkant. In de andere foto draait de blik willens nillens met het stuur mee, zelfs bij stilstand.

Indianapolis, Indiana, Verenigde Staten, 1953
Een andere reis, een ander tijdperk, maar altijd is er die humor van Elliott Erwitt. In dit Ierse dorp zal de vrouw in de telefooncel wellicht nog even moeten wachten voor ze wordt doorverbonden.

Shanagarry, Ierland, 1982

Elliott Erwitt interesseert zich voor steden en de architectuur van gebouwen, vaak de allermodernste. In 1961 reist hij naar Brasilia, waar hij de kans krijgt om een volstrekt moderne stad te fotograferen die net uit de grond is gestampt. Hij is zich terdege bewust van de complexiteit van dat alles en wil de gebouwen toch tot hun recht laten komen, wat niet altijd mogelijk blijkt. Te midden van dit gigantisme geeft een man met zijn frêle, centrale silhouet de schaal aan.
E.E.: ‘Je moet vroeg opstaan om het gebouw in het ochtendlicht te zien, je moet eromheen navigeren, de beste en slechtste invalshoeken vinden. Soms moet je zelfs een manier vinden om het mooier te doen lijken. Het is allemaal veel subtieler en strakker dan andere opdrachten. Ik bedoel, het is zo’n beetje alsof je foto’s neemt van beeldhouwwerken of stillevens, al kun je ze dan niet verplaatsen. Je verplaatst ze door op zoek te gaan naar de juiste invalshoek en te raden waar de zon zal opgaan.’
Een onverwacht contrast tussen twee foto’s: verpletterende ordening in Brazilië versus vrolijke wanorde in deze stad in New Jersey, waar waslijnen met duizenden stuks textiel getuigen van het leven.

Hoboken, New Jersey, Verenigde Staten, 1954

Deze twee foto’s uit Japan getuigen van de band die de fotograaf heeft met de Japanse archipel. Hij gaat er voor het eerst heen in 1958, op eigen initiatief, en brengt fotoreeksen mee uit Tokio en Hiroshima. Erwitt wil dat de wereld weet hoe ingrijpend en zinloos de nucleaire tragedie wel is geweest. Magnum bezorgt de foto’s aan verschillende uitgevers, maar om het imago van de Verenigde Staten niet te bezoedelen worden ze nooit gepubliceerd. Deze foto uit 1977 weerspiegelt dat verhaal. Waarschijnlijk gaat het om een zeewering, maar hier oogt het als een opeenstapeling van brokstukken met agressieve driehoeken, waaruit de menselijke figuur zich tracht te bevrijden om weer op te staan – terwijl hij de boel nota bene zelf heeft opgestapeld. Nog in 1977 draait Erwitt een documentaire over het beklimmen van de berg Fuji, een Japanse traditie, waaruit de andere foto afkomstig is. Het menselijke element is aanwezig in de vorm van een fragiel stadje aan de voet van de majestueuze vulkaan, waarheen de verticale pijl de weg lijkt te wijzen. Elliott Erwitt heeft vaak in Japan gereisd.

Fujiberg, Japan, 1977

Zeemeeuwen zijn prominent aanwezig in het oeuvre van Erwitt, maar in het bijzonder in deze sectie, alsof ze met hun weerbarstigheid en silhouet uitgelezen gasten zijn in naar het abstracte neigende composities.
E.E.: ‘Voor deze moest ik lang wachten. Coney Island ligt onder een luchtcorridor, dus het was wachten tot het vliegtuig zich op de juiste plek bevond en de meeuw de juiste kant op keek. Ik heb daar lang gestaan … Geluk hebben is zo belangrijk in fotografie! Geluk en ook een soort instinct.’
E.E.: ‘Jarenlang heb ik getracht een spectaculaire foto met meeuwen te nemen, maar het is me nooit gelukt. Je weet nooit zeker in welke richting ze zullen vliegen en of ze hun vleugels half gevouwen of volledig gespreid zullen houden. Je kunt ze wel opnemen in een grote compositie, maar je kunt niet op ze rekenen.’

Daytona Beach, Florida, Verenigde Staten, 1975

Abstractie hangt ook af van de mens. In deze twee foto’s ligt zijn aanwezigheid net aan zijn afwezigheid. Net als met de fauteuil wordt een en ander nog versterkt door de televisie.
E.E.: ‘Ik ben dol op motels, vooral die met een kapotte dubbele hordeur en linoleum dat aan de hoeken een beetje omhoogkrult.’
De foto met de fauteuil komt uit een reportage over slechte smaak, in 1962 gemaakt in de Verenigde Staten. Het betreft een kamer in een luxehotel in Miami Beach. De afdruk in zwart-wit doet niets af aan de kilte van de plek, die in de kleurenversie glimmend, roze en reusachtig moet zijn.

Miami Beach, Florida, Verenigde Staten, 1962

Een peinzende vrouw, een barkruk, een lege formica toog, kunstleren stoelen en koud licht: deze foto lijkt wel een knipoog naar een andere Amerikaanse meester van de compositie, namelijk Edward Hopper. Ze draagt ook het waarmerk van Erwitts grootse foto’s: gestructureerd rond diagonale lijnen, met een breed scala aan tinten tussen wit en zwart, en veelvoudige reflecties. Elliott Erwitt weet het dagelijks leven van talrijke vrouwen vast te leggen, vaak uit zijn omgeving, maar net zo goed vreemden, bijvoorbeeld deze slapende vrouw in een wachtkamer. We beschikken over weinig informatie betreffende deze twee foto’s, maar ze laten toch zien hoe hij kunst maakt van een alledaags tafereel.

Fernandina Beach, Florida, Verenigde Staten, 1950

E.E.: ‘Deze foto nam ik op het Arlington-kerkhof tijdens de begrafenis van president John Fitzgerald Kennedy, die een paar dagen eerder in Dallas (Texas) was vermoord. De rouwende weduwe is natuurlijk Jacqueline Kennedy. Op dat moment was ik in New York en geaccrediteerd bij het Witte Huis, dus toen dit alles gebeurde, haastte ik me de stad in om verslag uit te brengen over de plechtigheden na de moord, zowel in Washington als in Arlington, waar de president uiteindelijk werd begraven.’
Naar aanleiding van deze foto beschrijft hij hoe hij zich opstelt:
E.E.: ‘Ik heb een succesvolle techniek ontwikkeld: nadat ik de menigte een tijdje gevolgd heb, draai ik 180 graden in de tegenovergestelde richting. Dat heeft altijd goed gewerkt. Maar doorgaans heb ik veel geluk.’
Dankzij die unieke opstelling weet hij Jackies lijden en waardigheid vast te leggen. Als hij de foto ontwikkelt in de donkere kamer ontdekt hij op de zwarte tule een traan.

Op deze foto zien we een knielende moeder, in een gebaar dat wel een laatste poging lijkt om het leven van haar te vroeg gestorven zoon te beschermen, een uitdrukking van onomkeerbaar verlies. Het is de moeder van Robert Capa, een van de oprichters van Magnum. Robert Capa was niet zijn echte naam. De fotografe Gerda Taro, een andere geliefde vrouw, bedacht die gemakkelijk uit te spreken naam. Zo kon hij een tijdje anoniem blijven en zelfs de mythe voorhouden van een briljante Amerikaanse fotograaf. Op de steen staat ook de inscriptie ‘geboren in Boedapest’, een herinnering aan zijn vlucht voor het oprukkende fascisme in Europa. Hij verliet Hongarije in 1931 vanwege de politieke situatie, hij was toen amper zeventien. Eerst ging hij naar Berlijn, vervolgens naar Parijs en uiteindelijk New York. Robert Capa bracht verslag uit van veel brandhaarden, onder meer de Spaanse Burgeroorlog, de Tweede Wereldoorlog en tot slot de oorlog in Indochina, die hem in 1954 het leven kostte. In de laatste regel van zijn grafsteen staat het woord ‘vrede’ (shalom in het Hebreeuws).
E.E.: ‘Ik was bevriend met Julia Capa. Ik bracht haar wel eens naar Armonk, zodat ze het graf van haar zoon kon bezoeken. Iedereen bij Magnum was kapot van de dood van Robert Capa, een paar dagen later gevolgd door Werner Bischof en een paar maanden daarna David Seymour. Het is een wonder dat het jonge Magnum-agentschap daardoor niet ten onder is gegaan. Maar het overleefde, als een soort testament van de zendingsdrang en de energie van de overblijvende leden, die zich lieten leiden door een welbepaalde humanistische visie op de wereld via fotografie – en het behoud van hun auteursrechten.’

Wat een prachtige compositie: op de voorgrond van de foto kijken twee mannen met hun rug naar de camera in de richting van een elegante, stralende vrouw, namelijk Grace Kelly. De foto werd genomen tijdens een gebeurtenis die bepalend was voor de jaren 1950: de verloving van filmmuze Grace Kelly met prins Rainier van Monaco. De verbintenis tussen twee werelden waar Elliott Erwitt zich discreet in voortbewoog, had alle ingrediënten van een glamoureuze legende:
E.E.: ‘Ik ging naar dit evenement zonder de juiste apparatuur, ik had geen flash en het was er behoorlijk donker. Ik moest het stellen met de flash van Life Magazine, die maar af en toe werkte. Ik heb dus gewoon mijn kans gewaagd: ik opende mijn sluiter, hoopte dat de flits mijn film zou belichten, sloot de sluiter, en dan weer van voren af aan. Deze foto is een van mijn gelukstreffers met hun flash.’

E.E.: ‘Deze foto nam ik in Managua (Nicaragua). Ik was er in opdracht van het tijdschrift Fortune. Het moet gezegd dat deze foto geen deel uitmaakte van de opdracht. Maar als je in een vreemd land reist, zie je van alles! En omdat ik mijn toestel altijd bij me heb, nam ik deze foto. Gelukkig kon ik precies op het juiste moment afdrukken, want het was mijn 36ste en laatste foto. Problematisch aan analoge toestellen is dat je er, in tegenstelling tot digitale toestellen, maar een beperkt aantal foto’s mee kunt nemen. Je moet dus waakzaam zijn en als de situatie verandert, moet je rekening houden met hoeveel film je nog hebt en het aantal resterende opnamen. Want als je niet oplet, dreig je het kritieke moment te missen.’

Nog een foto van een kijkende vrouw: Elliott Erwitt vertelt hoe hij tijdens een bezoek aan een wolkenkrabber deze vrouw zag, een toeriste die het uitzicht vanaf de Empire State Building bewonderde. Het is dus een momentopname, met de horizontale en verticale lijnen die Erwitt zo dierbaar zijn en die vaak in zijn architectuurfoto’s terugkeren. Let op de prominente plaats van de vrouw op de voorgrond. Door scherpte en contrast steekt ze perfect af tegen de mistige achtergrond van New York.

E.E.: ‘Dit is een foto van mijn eerste vrouw, mijn eerste kind en mijn eerste kat.’
Vrouwen, kinderen en dieren zijn drie lievelingsonderwerpen van Elliott Erwitt. Hier toont hij drie levens die met elkaar zijn verbonden door een verbaasde en verwondere blik, een tafereel dat zowel intiem als universeel is. De fotograaf zegt zwart-wit te verkiezen vanwege het synthetische, en dat is in dit geval overduidelijk. Moeder en kind kijken elkaar teder aan onder de welwillende blik van de van straat opgepikte kat Brutus. De foto wordt in 1953 genomen in New York en is een van de hoogtepunten van de tentoonstelling The Family of Man, in 1955 in het Museum of Modern Art in New York, waar meer dan vijfhonderd foto’s uit 68 landen worden tentoongesteld.
E.E.: ‘Je zou kunnen zeggen dat dankzij deze foto, die jarenlang werd gepubliceerd, een van mijn kinderen naar de universiteit heeft kunnen gaan.’

E.E: ‘Dit kind zag ik in een schoolbus in Colorado. Eigenlijk was het een kant-en-klare foto. Ik heb me alleen een klein beetje verplaatst om de zichtlijn te benadrukken.’
In 1955 wint Elliott Erwitt de Baby Boomers-wedstrijd, waarbij over de hele wereld kinderen worden gefotografeerd die in 1945 geboren zijn. Erwitt heeft de leiding over de Amerikaanse sectie. Hij krijgt de opdracht het ware, gelukkige Amerika te laten zien, wat hij moet illustreren met een gezin op een ranch. Elliott gaat op pad en vindt wat hij zoekt in Colorado, waar hij de ideale reportage maakt met Gary, een jonge cowboy die perfect aan de criteria voldoet. Tijdens de opdracht neemt hij voor zichzelf ook andere foto’s: een vriend van de jonge Gary kijkt uit het raam van de schoolbus, precies op de plek waar het glas gebarsten is. De inslag van een steen of kogel? Een ongeval? De foto roept hoe dan ook een gewelddadige gebeurtenis op, wat contrasteert met het gezicht van het kind. Toch is er geen sprake van enscenering of dramatisch gevolgen. De inslag springt meteen in het oog, waardoor we de knappe compositie dreigen te vergeten, opgebouwd rond sterke verticale en horizontale lijnen die het gezicht van het kind omlijsten. Het natuurlijke licht benadrukt vier opeenvolgende vlakken, waardoor diepte ontstaat: de carrosserie van de bus, het venster, het kind en het tegenoverliggende venster dat uitziet op de straat. Deze raadselachtige foto werd nooit gekozen door een uitgever. Elliott Erwitt zegt de foto daarna aan zijn opticien te hebben gegeven, die hem nooit in zijn winkel heeft opgehangen.

In 1950 neemt Roy Stryker, de eerste klant van de piepjonge Elliott Erwitt, hem op in een legertje fotografen met een missie: verslag uitbrengen over de industriële metamorfose van de stad Pittsburgh. Erwitt brengt drie maanden op locatie door en komt terug met tientallen filmrolletjes. Het is een droomopdracht en de fotografen krijgen veel vrijheid. Jammer genoeg moet hij vroegtijdig vertrekken als hij wordt opgeroepen voor het Amerikaanse leger. Maar het blijft een onvervangbaar document over stedelijke verandering, met onder meer deze verontrustende foto van een kind met een revolver tegen zijn slaap. Wandelend door de straten van de stad ontmoet hij dit jongetje, gewapend met een speelgoedrevolver. Hij praat en speelt een tijdje met hem. Hij maakt een tiental foto’s, waarvan hij de tweede zal bewaren. Elliott Erwitt noemt het een van zijn favorieten: je kunt erom lachen of huilen. Voor hem is ze het archetype van de geslaagde foto. Ze is dubbelzinnig, zelfs tegenstrijdig.
E.E.: ‘Tegenstrijdigheden zijn perfect voor foto’s, daardoor worden ze net boeiend. Het belangrijkste wat je met een foto of met fotografie kunt doen is emotie oproepen, mensen aan het huilen of aan het lachen maken, of allebei.’

Deze foto, genomen op een met platanen omzoomde Franse hoofdweg, lijkt wel een momentopname.
E.E.: ‘De foto werd genomen voor een toeristische reclamecampagne waarmee ze mensen naar Frankrijk wilden lokken. Ze werd genomen in 1955. In die tijd was reclame veel interessanter dan tegenwoordig. Ze had een hoger fotografisch gehalte: realistisch en haast documentair. De dingen zijn veranderd, maar deze foto blijft.’
Tijdens hun verblijf in Frankrijk merkt zijn reisgenoot, de Amerikaanse directeur van het bureau voor toerismepromotie, dat hij vaak mensen tegenkomt met een brood. Ze komen op het idee om gebruik te maken van het stokbrood, en vervolgens vallen de andere elementen op hun plaats: de echte chauffeur fungeert als nepfietser en zijn eigen neefje wordt het kind met het stokbrood. De enscenering vergt tijd, maar Elliott Erwitt vindt er iets op.
E.E.: ‘Zie je dat steentje? Toen ik kadreerde en mijn fototoestel opstelde, moest ik zo scherpstellen dat de steen het brandpunt van mijn toestel was. Natuurlijk heb ik die mensen gevraagd om een paar keer heen en weer te rijden voor de juiste uitdrukking op het gezicht van de jongen en de juiste omstandigheden. Dus elke keer als de fiets de steen passeerde, drukte ik op de ontspanner. Dat moet ik wel een dozijn keer hebben gedaan en toen koos ik de beste opname …’
Hier zien we hoe Erwitt met zijn gevoeligheid inspeelt op commerciële opdrachten, waardoor een eenvoudige advertentie verandert in een lofzang op de Franse levenskunst.
E.E.: ‘Ze zijn door en door Frans, de fiets en het brood ook!’

Uit deze foto blijkt hoezeer ‘de dingen grappig zijn’. Elliott Erwitt nam ze naar eigen zeggen vlak bij huis toen hij zijn hond uitliet. Hij had al vriendschap gesloten met de inwoners (zowel mensen als honden) van zijn buurt, en hondenuitlaatgeheimen uitgewisseld. Het is een momentopname: de eigenaar van deze grote honden rust uit op de trap, een van hen nestelt zich comfortabel op zijn schoot en verbergt ’s mans gezicht. De hond staart in de lens van de fotograaf. Niks ingewikkelds, gewoon een bevestiging van het feit dat je niet koddig hoeft te doen, maar dat ‘de dingen grappig zijn’.

E.E.: ‘Vorig jaar ontdekte ik de hondenshow van Crufts, net buiten Birmingham. Er waren daar zo’n vijfentwintigduizend honden, allemaal uit de Britse eilanden. Er gingen geruchten over illegaal verven, lakken en cosmetische ingrepen. Hondeneigenaren zeiden dingen als: “De ideale basset moet een kalme, vrolijke uitdrukking hebben.” Gedurende de hele show spelen de honden het spel mee.’
Hij ziet honden in alle landen behalve China, heeft medelijden met Latijns-Amerikaanse honden, die er altijd ongelukkig uitzien, en vindt Amerikaanse gezelschapshonden erg relaxed. Het gaat hier wel degelijk over Britse honden: net als op het strand kijkt Elliott Erwitt nauwgezet naar de houding van honden en mensen, en naar de nationale zeden en gewoonten.
E.E.: ‘Als de Britten van Gladys, Campbell, Rosie of Mister Mudge spreken, moet je heel goed luisteren om te weten of ze het over hun vrouw, man, zus, buurvrouw of een van hun honden hebben. Je kunt het niet afleiden uit de manier waarop ze die namen uitspreken.’

E.E.: ‘Die gewichtloze yorkshireterriër was niet zo onstoffelijk als het lijkt. Hij sprong geen gat in de lucht om mij te plezieren, maar omdat ik naar hem blafte.’
De kleine, zwevende yorkshireterriër is zijn eigen hond, verrast tijdens een wandeling. Alleen doordat de hond loskomt van zijn schaduw begrijpen we dat hij springt. Elliott Erwitt gaat achter honden en hun baasjes staan. Vervolgens blaft hij, wat meestal een reactie uitlokt die mooie foto’s oplevert.
E.E.: ‘Zo lok ik een fotogenieke reactie uit. Honden veranderen zelden van uitdrukking, maar op een ruw geluid reageren ze wel eens met een boze blik of een verontwaardigde uitdrukking. Voor een unieke foto moet je hun gevoel van veiligheid doorbreken, anders besteden ze hoegenaamd geen aandacht aan je.’
Het komt ook voor dat het baasje zijn hond berispt omdat hij hem voor de schuldige houdt.

Parijs, Frankrijk, 1989
Ditmaal een foto van een witte hond in levitatie: het beeldkader is perfect en de voeten van de man in mackintosh zijn mooi uitgelijnd. Het gaat om een acterende hond en een mise-en-scène waarin de fotograaf twee van zijn grote passies combineert: zwevende honden en benen. Dit is een Franse hond met een wel heel bijzondere persoonlijkheid.
E.E.: ‘Ze beseffen dat ze deel uitmaken van het sociale weefsel. Dat zie je aan hun uitdrukking. Ze zijn ook heel territoriumbewust, op een specifiek burgerlijke manier. Ze weten heel goed dat het hun slagerij, hun café, hun tweede thuis is, en dat zullen ze altijd weten. Ik heb Franse honden nooit bijzonder vrijgevig gevonden en ze hebben hoe dan ook geen gevoel voor humor.’

In de jaren 1950 is Elliott Erwitt een twintiger. Op vraag van een schoenenmerk neemt hij zijn eerste foto in deze trant.
E.E.: ‘In 1946 werd mijn eerste foto van een hond gepubliceerd … Af en toe keek ik naar mijn contactvellen om te zien wat erop stond, en het viel me op dat er veel honden bij waren. Zo is die hele hondentoestand begonnen. Een van mijn de eerste reeksen daarover kwam er door een opdracht voor de zondagbijlage van The New York Times. Het was een modefoto voor damesschoenen. Ik besloot de foto’s te nemen vanuit het standpunt van de hond, want die ziet meer schoenen dan wie dan ook. Het is wel een professionele hond, een betaald model.’
Door het hondse perspectief op de wereld wordt onze manier van kijken veranderd. Op deze en de volgende foto wisselen de fotograaf en het dier levendige blikken uit. De honden en schoenen zijn scherp afgelijnd – dat moet wel voor een commerciële opdracht – terwijl de achtergrond wazig en schilderachtig is. Door het beeldkader van de tweede foto, waarin de achterpoten van de Duitse dog niet zijn opgenomen, krijgt het geheel een vreemde menselijkheid.

New York, Verenigde Staten, 1974
E.E.: ‘Professionele honden hebben diverse voordelen. Ze zijn goedkoper dan mensen en ze zijn aantrekkelijker, omdat ze er allemaal heel specifiek uitzien. De vrouwen die model staan lijken allemaal op elkaar; ze zijn allemaal lang en mager. Ze presenteren de mode van het jaar. Bij modelhonden kan ik subtiele individuele verschillen zien. Modetrends zullen hun worst wezen.’

Deze opname, gemaakt in het Prado Museum, is een mooi voorbeeld van een niet-geënsceneerde foto. Erwitt kiest positie, bepaalt het beeldkader en wacht tot er iets gebeurt. Hier heeft de groep bezoekers zich op magische wijze opgesplitst: de mannen drommen samen voor de naaktversie van het werk, terwijl de enige vrouw voor de geklede versie staat.

Kasteel van Versailles, Frankrijk, 1975
Op de andere foto zien we een komische ontmoeting in Versailles tussen kunstwerken en bezoekers van de zaal met portretten van academieleden. Het portret van de beeldhouwer François Girardon kijkt ietwat beteuterd toe terwijl nieuwsgierige toeschouwers een afwezig schilderij en een lege lijst bekijken. Lijsten zijn een essentieel onderdeel van musea:
E.E.: ‘Gek toch hoe je waarde kunt toevoegen aan een werk dat niet altijd waardevol is. Vaak zijn de lijsten artistiek hoogstaander dan wat ze omlijsten. Het is ook bizar dat je de schilderijen in veel, vooral Europese musea, niet kunt zien door weerspiegeling en slechte belichting. Ik vind het gewoon grappig om dingen te tonen die je niet kunt zien.’
Voor de onderschriften van zijn werken verlangt Elliott Erwitt maar één ding: ze moeten kort zijn, met alleen datum en plaats. Bij bekende figuren wordt soms de naam toegevoegd. Op die manier richt de bezoeker zich op de foto en niet op de uitleg.
E.E.: ‘Sommige bezoekers kijken langer naar de etiketten dan naar de kunstwerken. Haast alles wat je in een museum ziet, is het werk van een dode of stervende kunstenaar. We hebben dus de neiging om naar de datums te kijken, om te overdenken hoe oud de kunstenaar was toen hij dit of dat werk maakte, hoe oud hij was toen hij stierf.’

Deze foto dateert van de jaren 1950, als Elliott Erwitt zich al voor musea interesseert. Ze werd genomen in het Metropolitan Museum en suggereert dat het niet de bezoeker is die zich richt op het kunstwerk, maar vice versa. Die humoristische insteek contrasteert met het conventionele en intimiderende karakter van het museum. Het lijkt wel alsof we de voetstappen van de afdruipende bezoeker kunnen horen, echoënd in de heilige stilte van het museum.
E.E.: ‘Ik heb een systeempje bedacht om de wetgeving te omzeilen en met succes foto’s te nemen in musea. Je hebt alleen een klein, onopvallend toestel nodig dat niet te veel geluid maakt. Als de zaalwachter niet toekijkt, stel je scherp op ooghoogte en vervolgens hoest je een beetje tijdens het afdrukken om het geluid van de ontspanner te camoufleren. Je kunt de zaalwachter ook omkopen, in sommige landen een doeltreffender en directer methode.’
Het vergde toen waarschijnlijk meer vernuft om foto’s te maken in musea dan tegenwoordig.

In 1964 bestelt Paris Match een reportage die het imago van Texas moet verbeteren, aangetast als dat is door de moord op Kennedy in Dallas. De bedoeling is een portret te maken van het onbegrepen Texas. Verplichte ingrediënten volgens het bestek: ‘grote ranches met echte cowboys, extravagante huizen, oliemagnaten, vlaggen en monumenten voor de nationale helden’. Elliott Erwitt blijft zes dagen ter plaatse en brengt achttien fotorolletjes in kleur en twaalf in zwart-wit mee terug. In zijn notities schrijft hij wat Texas bij hem oproept en wat uit de foto’s naar voren moet komen:
E.E.: ‘(…) vuurwapens, tienermaniertjes, vuurwapens, vuurwapens; opzichtige consumptie; Mexicanen, een obsessie met overdaad, troost zoeken in rijkdom …’
Uiteindelijk selecteert Paris Match de elf indrukwekkendste foto’s voor een reportage met als titel ‘Les Texans, ces mal aimés de l’Amérique’ (De Texanen, Amerika’s onbeminde volkje). De Rangerettes, symbool van Texas, voldoen in alle opzichten aan de verwachtingen. Tot teleurstelling van Erwitt vallen bepaalde foto’s buiten de selectie, bijvoorbeeld die verband houden met de burgerrechtenkwestie. Door deze reportage zou hij een paar jaar later het idee opvatten voor de documentaire Beauty Knows No Pain, over de Rangerettes en hun oprichtster. Daarin observeert hij de zelfverloochening van deze vrouwen, en denkt na over opoffering, identiteit en conformisme. In zijn film stelt hij de feiten vast, de toeschouwer moet zelf zijn/haar conclusies trekken.

Vanaf 1950 woont en werkt Elliott Erwitt in New York, maar bouwt tegelijk een grondige kennis op van de Verenigde Staten. Al naargelang de opdracht maakt hij reportages in uiteenlopende omgevingen en contexten. Uit die periode stamt zijn gewoonte om alle voorstellen te accepteren. Zich niet specialiseren is een van zijn specialiteiten. Als gevolg daarvan doorkruist hij de Verenigde Staten. Elliott neemt alles aan, van vismarkten in New York tot cowboys in Colorado, van cowgirls in Nevada tot schrijversportretten, van de metamorfose van Pittsburgh tot Amerikaanse universiteitsstudenten. Hij vereeuwigt een modelgezin aan de oever van een meer, met de auto in een glansrol, of extravagante toestanden als deze chauffeur en haar leeuw, achter het stuur natuurlijk. In een hotel in Nevada maakt hij in 1957 een reeks rond revuemeisjes in Las Vegas-shows: in de exuberante sfeer van de kleedkamer staan ze klaar om het podium op te gaan. Op de volgende, ontnuchterende foto zien we de keerzijde, namelijk dezelfde jonge vrouwen voor de deur van een veel minder luxueus motel.

Los Angeles, Californië, Verenigde Staten, 1956

Californië, Verenigde Staten, 1956

Tropicana Hotel, Las Vegas, Nevada, Verenigde Staten, 1957

Revuemeisjes, Las Vegas, Nevada, Verenigde Staten, 1957

Elliott Erwitt keert terug naar de USSR voor de vijftigste verjaardag van de Oktoberrevolutie. Deze foto van het Rode Plein, genomen vanuit een eenvoudige flat, heeft hoegenaamd niets te maken met de foto’s van de parade uit 1957, waarmee hij de hele wereld liet kennismaken met de Sovjetraketten. De grijze vitrage voor het raam lijkt het laatste restje kleur uit de omgeving weg te filteren. Op briljante wijze verruilt Erwitt conventionele fotojournalistiek voor een inkijk in het dagelijks leven van de Sovjetburgers. Ditmaal reist hij tot in Siberië en met zijn diepgaande reportage ter plaatse schetst hij een beeld van het communisme dat niet strookt met de simplistische voorstellingen van Europeanen en Amerikanen. Zoals overal doen de mensen hun ding: een afspraak bij de kapper (met stoommachine), een bezoek aan de sauna of dansclub, een moedige winterdip in een bevroren meer.
Bratsk, Siberië, Sovjet-Unie, 1967

Bratsk, Siberië, Sovjet-Unie, 1967

In 1964 bestelt het tijdschrift Life World, dat aparte deeltjes over vreemde landen uitgeeft, bij Elliott Erwitt een reportage over Oost-Europa. Het is de bedoeling de Amerikanen te laten kennismaken met deze onbekende wereld. De krijtlijnen zijn duidelijk: een fotografisch portret maken van het dagelijks leven in de satellietstaten van de USSR, met andere woorden ‘een beeld schetsen van die landen, hun schoonheid en tradities, in een bedachtzame en realistische visie’. Met een simpel toeristenvisum (om niet op te vallen) vertrekt Elliott Erwitt met een huurauto vanuit Londen en reist drie maanden lang door Polen, Hongarije en Tsjecho-Slowakije, een tocht van 5000 kilometer. Hij vertelt hoe het verleden weer de kop opsteekt en hoe alles van politiek doordrongen is, zelfs als doet iedereen alsof zijn neus bloedt.
E.E.: ‘Het was het geknipte moment om in Hongarije, Tsjecho-Slowakije en al die plekken te zijn. Ik kon er prachtige foto’s nemen, omdat ik welbeschouwd voor mezelf werkte. Ik liet me leiden door mijn eigen waarneming, en niet door de vooringenomen ideeën van bepaalde redacteuren.’
De reportage is een succes en wel omdat Erwitt, met respect voor de krijtlijnen, politieke beperkingen omzeilt door zich te richten op het – relatief ongevaarlijke – dagelijks leven. Later zal hij deze opdracht aan de andere kant van het IJzeren Gordijn de opwindendste uit zijn carrière noemen. Van de 21 geselecteerde foto’s kiest de uitgever niet de interessantste. Neem nu deze fotoreeks uit Polen, waar een priester op straat de biecht afneemt van de gelovigen. Het tijdschrift publiceert niet het (meest representatieve) frame dat je hier ziet. In drie fasen toont Erwitt het hele biechtproces: de lange rij wachtende en keuvelende mensen, de biecht zelf en de penitentie. De redacteur kiest voor een ander frame, waarbij je alleen de rij aan de rechterzijde kunt zien en het tafereel dus onvolledig is. Erwitt blijft zich onverminderd interesseren voor dit deel van Europa. In 1968 ontmoet hij Josef Koudelka, later zijn collega en vriend bij Magnum, en helpt hem de beroemde foto’s van de Praagse Lente uit Tsjecho-Slowakije te smokkelen.

Praag, Tsjechoslowakije, 1964

Polen, 1964

Elliott Erwitt heeft een speciale band met zijn geboorteland Frankrijk en ook met Italië, waar hij is opgegroeid. Hij grijpt elke gelegenheid aan om er terug te keren. Vanaf de jaren 1950 krijgt hij opdrachten van het reistijdschrift Holidays. Het betreft veeleisende reportages over meerdere pagina’s, maar ze worden goed betaald en op die manier kan hij de wereld afreizen. In dezelfde periode krijgt hij opdrachten van het Franse toerismebureau. Bijna tien jaar lang kan hij zo naar hartenlust door Frankrijk reizen. Hij kent het land goed, maar bovenal vat hij er de essentie van, van de Parijse luxehotels tot de stranden van Saint-Tropez. Deze reclamecampagnes zijn een nieuw voorbeeld van hoe hij zijn artistieke en commerciële interesses combineert.

Hotel Ritz Parijs, Parijs, Frankrijk, 1969

Reclame voor het Franse toerisme, Parijs, Frankrijk, 1963

Naar Italië keert Elliott Erwitt terug om er te werken voor het toerismebureau, maar ook om verslag uit te brengen over de pausverkiezingen en andere evenementen in het Vaticaan. Zijn precieze en gevoelige manier om het land te fotograferen dankt hij aan zijn Italiaanse jeugd. In zijn vroege werk wordt hij beïnvloed door de neorealistische stroming, met Visconti als wegbereider, en hij is altijd van film blijven houden. Deze foto’s lijken recht uit een film van Federico Fellini, Vittorio de Sica of Ettore Scola te komen. Zijn verhouding tot Italië vat Elliott samen in drie woorden:
E.E.: ‘Prachtig. Prachtig. Prachtig.’

Venetië, Italië, 1965

Bedrijfsopdrachten, vaak van industriële aard, zijn om twee redenen belangrijk in de carrière van Elliott Erwitt. Zoals eerder vermeld aanvaardt hij alle denkbare bestellingen, elke opdracht beschouwt hij als een kans om zich te oefenen en zijn comfortzone te verlaten. Tegelijk beseft hij tijdens een van zijn eerste contracten in de jaren 1950, meer bepaald voor de Standard Oil Company in Pittsburgh, hoe absurd het wel is om de rechten op zijn negatieven af te staan aan privébedrijven. Omdat hij auteursrechten wil behouden ziet hij af van bepaalde opdrachten. Hij werkt voor bedrijven waarvan de producten een kunstenaar allerminst inspireren: levensverzekeringen, chemische derivaten, industrieel glas, en zelfs huishoudelijke apparaten en keukens. Sommige klanten blijven hem jarenlang trouw, bijvoorbeeld Corning, dat zich toelegt op glas, keramiek en optica. Voor hen neemt hij deze foto van een reusachtige telescoopspiegel. Het kind geeft natuurlijk de schaal aan, maar het symboliseert ook de toekomst en de hoop die kennis met zich meebrengt. Opmerkelijk zijn het bijna vierkante afdrukformaat en het feit dat er altijd mensen in beeld komen, zij het soms verborgen. Deze foto’s van commerciële projecten worden vaak verspreid in een professioneel communicatiecircuit. Dat ze hier worden getoond is hoogst uitzonderlijk.

Een afdeling van de onderneming Allied Chemical, New Jersey, Verenigde Staten, 1966

Sam Goody Hi-Fi, New York, Verenigde Staten, 1955

Elliott Erwitt blijft almaar reizen. Hoewel de Verenigde Staten en Europa nog altijd zijn voorkeur hebben, reist hij de wereld rond op zoek naar ontmoetingen. Hij krijgt een opdracht van zijn trouwe klant Holidays en ook nieuwe klanten dienen zich aan, vaak het toerismebureau van de diverse landen die hij aandoet. Zo gaat hij in 1959 naar Puerto Rico, het eerste verblijf van een lange reeks. Zijn blik reikt al snel verder dan het strand en hij geeft de Amerikanen een beeld van de eilandbewoners.
E.E.: ‘Fotografie mag dan de kunst van het observeren zijn, ze heeft weinig te maken met wat je ziet en alles met de manier waarop je kijkt.’
Nog andere toerismebureaus doen een beroep op zijn lens.
In 1977 trekt hij er opnieuw op uit, ditmaal naar Azië en nog steeds in opdracht. Hij gaat naar Korea en Japan, twee landen waarmee hij al tientallen jaren vertrouwd is. Fotografen waarderen doorgaans het Aziatische gevoel voor esthetiek, bijvoorbeeld in Japan, en het feit dat er sterke tradities blijven bestaan. Zonder ooit zijn manier van werken aan te passen legt Erwitt zijns- en levenswijzen vast, en getuigt zo van een aandoenlijke menselijkheid.

Kioto, Japan, 1977

Kioto, Japan, 1977

In 1981 krijgt Elliott Erwitt een vreemde opdracht van de Amerikaanse zender HBO/Home Box Office en draait de reportage Hedonism, over de vrijetijdsbesteding van miljardairs. Daarin toont hij absurde bezigheden zoals een jachtpartijtje van 10.000 dollar of, zoals hier, een gezamenlijk bad in Amsterdam in charmant gezelschap voor tien dollar per minuut. De eerste documentaire is zo’n succes dat ze wordt uitgebreid tot de vijfdelige serie The Great Pleasure Hunt. Kijkers zijn getuige van een voorgerecht met kaviaar en champagne in Parijs, gevolgd door giftige vis in Japan, gegrild varkensvlees in Hawaï en tot slot een bloemenslaatje in San Francisco. HBO laat het daar niet bij, want het bestelt een documentaire van zes uur over seks in al zijn vormen. Erwitt moet zich tijdens het draaien kostelijk hebben geamuseerd. In de documentaire hanteert hij geen beschuldigende of aanklagende toon. Hij toont wat hij ziet, observeert hoe de protagonisten van die vrijetijdsbestedingen zich gedragen en laat de kijker zelf zijn/haar conclusies trekken.
Daarna gaat HBO een andere programmeringskoers varen.

Zoals uit de schoenen en de honden aan het begin van het circuit bleek, werkt Elliott Erwitt sinds de jaren 1950 voor de modewereld. Veertig jaar later sorteert dezelfde methode van zijn fotografische genie nog altijd een identiek effect: een perfecte enscenering die wel een natuurlijke foto lijkt en met een onverwacht detail, waardoor elke opname onvergetelijk wordt. Gepassioneerd als hij is door de wereld van de schoonheid draait hij in 1980 Beautiful, Baby, Beautiful, een documentaire over het reilen en zeilen van modellenbureaus. In de hier getoonde reeks uit New York speelt hij met het natuurlijke aspect van een onwerkelijke situatie: een model laat haar schoenen poetsen terwijl een ander model tegenover een exhibitionist komt te staan. Nog onwerkelijker is het Italiaanse model dat haar defecte auto optilt. Erwitt combineert zo op absurde wijze vrouwen en auto’s, twee thema’s die in reclame vaak worden bespeeld. Sinds het begin van zijn carrière heeft de technologie niet stilgestaan. Dankzij de digitale technologie kun je foto’s nu eindeloos veranderen. In principe retoucheert Erwitt nooit zijn eigen foto’s, in elk geval niet zijn persoonlijke werk. Maar voor reclame maakt hij af en toe een uitzondering.
E.E.: ‘Retouches horen er zo’n beetje bij als je cornflakes of auto’s verkoopt. Er is hoe dan ook niemand die in dergelijke dingen gelooft. Maar manipulatie is voor mij natuurlijk totaal onaanvaardbaar in de fotografie. Fotografie gaat over wat er is, niet over wat je retoucheert of verzint.’

Mode fotoshoot, Verenigde Staten, 1989

Mode fotoshoot, Verenigde Staten, 1989

Milaan, Italië, 1991

Op deze foto met een ongebruikelijk formaat staan twee Amerikaanse beroemdheden uit de jaren 1980: de kunstenaar Andy Warhol en het model en zangeres Grace Jones. De foto is donker, met een paar lichtpunten die de twee sterren verlichten. Indrukwekkend zijn de enscenering en het langgerekte formaat van de afdruk: de achterbank lijkt smal, terwijl de limousine gigantisch is. Of ze nu al dan niet beroemd zijn, met kunstenaars gedraagt Erwitt zich altijd identiek: discreet en met humor, zelfs als hij op ze moet wachten.
E.E.: ‘Grace Jones zou naast hem zitten. Maar ze was te laat, dus besloot ik mijn dochter in haar plaats te laten poseren.’
Er bestaat inderdaad een foto met Erwitts piepjonge dochter naast Andy Warhol, die verlegener is dan zij. Een paar dagen later overlijdt hij in New York ten gevolge van een operatie. ‘s Anderendaags krijgt Erwitt een telefoontje met de vraag of hij de negatieven heeft, want het zou gaan om de laatste reeks geposeerde foto’s van Warhol.

In 1959 gaat Elliott Erwitt voor het ijskastenmerk Westinghouse naar Rusland, waar hij midden in een reportage over de Amerikaanse handelsbeurs in Moskou deze foto neemt.
E.E.: ‘Vicepresident Nixon was toen op staatsbezoek, dus ik sloot me aan bij de persattachés. Ik had het geluk me op het juiste moment op de juiste plaats te bevinden en een foto te nemen die later heel bekend is geworden. Alle ingrediënten waren aanwezig voor het welslagen ervan: de twee heren, de Koude Oorlog en hun beider arrogantie. Toen Nixon en Chroesjtsjov aankwamen, poseerden ze haast vlak voor me. Zo kan een foto dus liegen. Ze geeft je een indruk, maar de inhoud ontbreekt. Mede dankzij deze foto kreeg Nixon het imago van een man die het tijdens de Koude Oorlog tegen de Sovjets kon opnemen. In werkelijkheid beweerde hij dat rood vlees superieur is aan … rode kool. In de fotografie is toeval uiterst belangrijk, het is een bepalende factor.’
Deze foto, met haar strakke beeldkader, wordt in allerlei afgeleide vormen gebruikt voor promotionele campagneproducten: stickers, posters, ansichtkaarten en zelfs badges. Ze wordt de poster voor Nixons presidentiële campagne en er worden een miljoen exemplaren van gedrukt. Aan Elliott Erwitt vraagt niemand wat. Hij stuurt hun een factuur van vijfhonderd dollar, die ook wordt betaald. Erwitt, die zich zo inzet voor de rechten van fotografen, laat het erbij.
Als geaccrediteerd Witte Huisfotograaf volgt Erwitt het doen en laten van zittende presidenten, onder meer Kennedy, wiens carrière in 1963 bruusk wordt afgebroken als hij in Dallas wordt vermoord.

President John F. Kennedy in het Oval Office, Washington D.C., Verenigde Staten, 1962

De lijkkist van John F. Kennedy in de East Wing van het Witte Huis, Washington D.C., Verenigde Staten, 25 november 1963

E.E.: ‘Een foto nemen van een beroemdheid is niet anders dan een foto nemen van een niet-beroemdheid, alleen verkopen beroemdheden beter.’
In 1964 gaat Erwitt naar Cuba. Hij wordt gestuurd door het tijdschrift Newsweek, maar reist met een groep journalisten van de televisiezender ABC. De opdracht luidt de líder máximo te fotograferen en rustgevende kiekjes te maken van het dagelijks leven in een land dat als gevaarlijk geldt. Een week lang volgt hij zijn gastheer Fidel Castro terwijl die Cubaanse families bezoekt, door keukens en dorpsstraten loopt, en baby’s in zijn armen neemt. Hij brengt honderden foto’s mee terug, waaronder verschillende meesterstukjes. Deze komt uit een reeks waarin hij een onderonsje lijkt te hebben met Che Guevara.
E.E.: ‘Che kun je vergelijken met een cowboy … Hij was sympathiek, charmant, boeiend en bijzonder fotogeniek. Ik zou hem de Marilyn Monroe van zijn tijd noemen. Hij lijkt goedgemutst, althans in mijn herinnering. En hij gaf me zelfs een doos sigaren, die ik door verbodsbepalingen niet naar de Verenigde Staten kon meenemen. Dat van die doos sigaren vind ik jammer … Hij was een innemend man.’
In het voorwoord bij Erwitts boek over Cuba schrijft Henry Louis Gates:
‘De foto’s van Fidel en Che samen lijken zelfvertrouwen, mogelijkheden, controle en autoriteit uit te stralen, en ook een soort charisma dat je als fascinerende sensualiteit kunt beschouwen. De facto lijkt dit duo meer op een stel filmsterren dan op twee politieke leiders.’
In de carrière van Erwitt vormt Cuba een hoogtepunt en een doorslaggevende plek.

Fidel Castro, Havana, Cuba, 1964

In 1966 wordt Erwitt voor het officiële bezoek van generaal De Gaulle door een tijdschrift naar Moskou gezonden, waar hij een paar foto’s neemt tijdens het officiële gedeelte. Hij maakt onder meer deze opname, die al opvalt door haar natuurlijkheid. Zelfs in een dergelijke situatie laat hij De Gaulle ‘zichzelf zijn’, waardoor op een politiek geladen moment toch de indruk ontstaat van een gedeelde vertrouwelijkheid. Na afloop keert hij terug en hij vertelt hij hoe hij foto’s wist te nemen van de informele ontmoeting tussen de generaal en de Sovjetregering. Door zijn discretie en het gebrek aan beveiliging kan hij het vertrek binnenglippen en natuurlijke, historische foto’s nemen. Paris Match publiceert een van de foto’s op de cover met als kop ‘Les cinq secrets du voyage’ (De vijf geheimen van de reis).

Elliott Erwitt is gefascineerd door film. Hij is setfotograaf bij enkele bepalende Amerikaanse films van de jaren 1950. Magnum heeft contracten bedongen voor het nemen van setfoto’s, gewoonlijk het alleenrecht van de studio’s. De fotografen van het agentschap benaderen cinema op een nieuwe manier en interesseren zich voor andere aspecten. Erwitt staat op de set van onder meer On the Waterfront (Elia Kazan), The Seven Year Itch (Billy Wilder) en The Misfits (John Huston).



De Amerikaanse actrice Marilyn Monroe op de set van de film The Seven Year Itch (de beroemde scène met het verluchtingsrooster in de metro), New York, Verenigde Staten, 1954
Deze enscenering, met achter elkaar geplaatste foto’s van verschillende mensen, verwijst naar een legendarische scène uit The Seven Year Itch. Elliott Erwitt heeft Marilyn wel vaker ontmoet en heeft een prettige en oprechte relatie met haar.
E.E.: ‘Ze was heel aardig voor me, het was een uitermate intelligente vrouw en we konden het goed met elkaar vinden. We hadden verschillende sessies met haar. Buitengewoon aan Marilyn was dat je haast geen slechte foto van haar kon nemen.’

Deze zorgvuldig geënsceneerde foto, genomen in 1960 tijdens het draaien van The Misfits, geeft een verrassende inkijk in de wereld van de Amerikaanse film, met zijn beste en slechtste kanten. Frank Taylor, Montgomery Clift, Eli Wallach, Arthur Miller, John Huston en Clark Gable omringen Marilyn Monroe. Alle ingrediënten lijken aanwezig voor een artistiek hoogtepunt, maar een en ander verandert in een nachtmerrie op het snijvlak van mythe en verval. De betrokkenen worden danig op de proef gesteld. Arthur Miller heeft het scenario geschreven voor zijn vrouw Marilyn, die hij de rol van haar dromen wil bezorgen. Hun relatie staat er niet goed voor en verslechtert nog. Tweemaal laat hij haar om onduidelijke redenen in het ziekenhuis opnemen. De film loopt vertraging op en de kosten nemen hand over hand toe. Aan het einde van de draaiperiode sterft Clark Gable aan een hartaanval. Marilyn is dan al in vrije val en zal nooit nog een film afmaken.
E.E.: ‘We waren plichtsbewuste Magnum-fotografen en maakten nooit misbruik van die situaties.’
Dit portret, dat dateert van dezelfde draaiperiode, is zowel mysterieus als heel natuurlijk. Je voelt de discrete aanwezigheid van Erwitt die, los van de zenuwslopende poseersessies met de acteurs en tussen de bedrijven door, veel spontaner en betekenisvoller foto’s weet te nemen.

Marilyn Monroe tijdens de filmopnames van The Misfits, Reno, Nevada, Verenigde Staten, 1960